ECLI:NL:CRVB:2008:BF0730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en juiste vaststelling functionele mogelijkheden in hoger beroep
Appellante stelde bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was teruggebracht van 80-100% naar 35-45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de arbeidskundige beoordeling juist was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat haar klachten niet waren meegenomen in de rapportage van de verzekeringsarts. De Raad stelde vast dat voorafgaand aan het onderzoek een medisch medewerker haar klachten had besproken en dat het onderscheid tussen subjectieve klachten en objectief vastgestelde beperkingen was gemaakt.
De Raad oordeelde dat de functionele mogelijkheden van appellante juist en volledig waren vastgesteld en dat zij naar objectieve maatstaf ten minste 55% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Een toelichting op de geschiktheid van de geselecteerde functies werd in hoger beroep voor het eerst toereikend gegeven, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen ervan in stand konden blijven.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep, inclusief reiskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, de rechtsgevolgen blijven in stand, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.