ECLI:NL:CRVB:2008:BF1422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling geschiktheid voor functies
Appellante, voorheen werkzaam als ziekenverzorgster, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2005 werd haar uitkering verlaagd naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Appellante betwistte deze herziening en stelde dat haar beperkingen werden onderschat en zij niet in staat was tot loonvormende arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. In hoger beroep overwoog de Raad dat de medische motivering omtrent de geschiktheid voor geselecteerde functies pas voldoende inzichtelijk en draagkrachtig was gemaakt in hoger beroep. Daarom werd het besluit van 9 december 2005 vernietigd, maar de rechtsgevolgen werden geheel in stand gelaten volgens artikel 8:72, derde lid, Awb.
De Raad concludeerde dat het UWV de beperkingen van appellante niet had onderschat, mede op basis van diverse medische rapportages en deskundigenrapporten. De Raad wees ook de kosten voor een niet-gespecificeerde medische rapportage af, maar veroordeelde het UWV wel tot vergoeding van proceskosten voor verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 12 september 2008 en bevestigt dat de herziening van de WAO-uitkering correct was, ondanks het formeel vernietigen van het besluit wegens motiveringsgebrek.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.