ECLI:NL:CRVB:2008:BF1657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het UWV herzag deze beoordeling en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid bij naar 45-55%, waarna het bezwaar van appellante werd gehonoreerd en de oorspronkelijke beoordeling van 80-100% werd hersteld. Vervolgens werd appellante per 9 februari 2006 als minder dan 15% arbeidsongeschikt beschouwd, wat leidde tot intrekking van haar uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, omdat zij geen aanleiding zag om te twijfelen aan het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de arbeidskundige beoordeling. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten, suikerziekte en gewrichtspijnen haar verhinderen de geduide functies te vervullen, maar kon dit niet met nieuwe medische stukken onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige werd als duidelijk en juist beoordeeld en de Raad oordeelde dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd.