ECLI:NL:CRVB:2008:BF1945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.G. Treffers
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdelijke aanstelling bij wijze van proef en verlenging daarvan
Appellant was vanaf 1 augustus 2004 tijdelijk bij wijze van proef aangesteld voor werkzaamheden bij de afdelingen VROM, Openbare Werken en de brandweer. In april 2005 werd vastgesteld dat appellant zich vooral richtte op de afdeling VROM en onvoldoende aan de andere afdelingen toekwam, waarna afspraken werden gemaakt over de verdeling van arbeidstijd.
Het college besloot de tijdelijke aanstelling te verlengen tot 1 februari 2006. Appellant maakte bezwaar tegen deze verlenging, stellende dat hij voldoende had gefunctioneerd en dat de functie was verzwaard, waardoor hij ten onrechte aan hogere eisen werd getoetst.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was tot verlenging van de tijdelijke aanstelling en dat het college in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat appellant nog niet aan de gestelde eisen voldeed. De vermeende functieverzwaring was niet substantieel en speelde geen rol bij de verlenging. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de verlenging van zijn tijdelijke aanstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.