ECLI:NL:CRVB:2008:BF2094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid tot arbeid
Appellante, laatstelijk werkzaam als koekjesinpakster, kreeg vanaf 5 december 2000 een WAO-uitkering toegekend vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Bij besluit van 7 september 2005 werd deze uitkering ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht haar eigen werk en gangbare arbeid te verrichten. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het Uwv.
De rechtbank onderschreef de medische beoordeling van het Uwv, gebaseerd op rapportages van verschillende artsen en psychiaters, en oordeelde dat appellante geschikt was voor arbeid. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, met name op persoonlijk en sociaal functioneren, werden onderschat en dat er sprake was van onzorgvuldige besluitvorming. Zij bracht nieuwe psychiatrische rapporten in die haar ongeschiktheid voor arbeid onderstreepten.
De Raad stelde echter vast dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad vond dat de besluitvorming zorgvuldig was en dat er geen noodzaak was voor een onafhankelijk onderzoek. De psychiatrische rapportages gaven geen eenduidige aanwijzingen die de FML onjuist maakten. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.