ECLI:NL:CRVB:2008:BF2396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie huishoudelijke verzorging wegens uitzonderingssituatie en schending zorgvuldigheidsbeginsel door indicatieorgaan
Betrokkene, met meerdere chronische aandoeningen, vroeg een indicatie voor huishoudelijke verzorging aan nadat de ex-AAW regeling verviel. Het indicatieorgaan (appellante) wees dit af met het argument dat de echtgenoot de huishoudelijke taken kon overnemen. De rechtbank Arnhem vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en het niet meenemen van de financiële situatie van betrokkene.
Appellante stelde in een nieuw besluit opnieuw dat betrokkene geen aanspraak had op huishoudelijke verzorging, wat door de voorzieningenrechter werd vernietigd wegens een gebrek aan zorgvuldige motivering. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat appellante haar beslissingsruimte heeft overschreden door niet te voldoen aan de eerdere uitspraak en onvoldoende onderzoek te doen naar de situatie van de echtgenoot.
De Raad stelt vast dat betrokkene recht heeft op een indicatie voor huishoudelijke verzorging klasse 3 (4-6,9 uur per week) voor de periode van 9 december 2004 tot en met 13 februari 2007. Tevens veroordeelt de Raad appellante tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Betrokkene wordt een indicatie voor huishoudelijke verzorging klasse 3 toegekend voor de periode van 9 december 2004 tot en met 13 februari 2007.