ECLI:NL:CRVB:2008:BF3220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks medische beperkingen en WSW-indicatie
Appellante, die sinds 1993 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was en een WAO-uitkering ontving, werd door het UWV herbeoordeeld. Op basis van medische onderzoeken en functionele mogelijkhedenlijsten (FML) werd geconcludeerd dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg, waarna haar uitkering werd ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV de medische beperkingen niet had overschat en dat een WSW-indicatie niet automatisch volledige arbeidsongeschiktheid betekent. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar restcapaciteit te hoog was ingeschat, onderbouwd met een psychologisch rapport en het mislukken van een proefplaatsing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen en dat de medische beoordeling juist was, mede omdat het psychologisch rapport betrekking had op een latere periode. De Raad bevestigde dat appellante in staat was tot routineafhankelijke arbeid en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat het UWV voldoende rekening hield met haar medische beperkingen.