ECLI:NL:CRVB:2008:BF3229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nieuwe aanvraag bijstandsuitkering wegens onvoldoende wijziging omstandigheden
Appellante ontving bijstand als alleenstaande op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een signaal van de Belastingdienst over drie bankrekeningen op haar naam startte het College een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Omdat appellante geen bankafschriften overlegd heeft, werd de bijstandsuitkering ingetrokken en teruggevorderd over een periode van bijna zeven jaar.
Appellante diende meerdere nieuwe aanvragen in, die alle werden afgewezen omdat zij niet kon aantonen dat haar omstandigheden waren gewijzigd. De Raad bevestigde dat het op de aanvrager rust om aan te tonen dat er sprake is van een relevante wijziging. Appellante gaf wel een toelichting op de herkomst van de gelden, maar deze was niet onderbouwd met concrete bewijsmiddelen en week af van eerdere verklaringen.
De Raad oordeelde dat de onduidelijkheid over de bankrekeningen en het vermogen bleef bestaan en dat het College de aanvraag terecht had afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende aantoonbare wijziging van omstandigheden.