ECLI:NL:CRVB:2008:BF3989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en juiste toepassing arbeidskundige grondslag bij functiebepaling
Betrokkene maakte bezwaar tegen een besluit waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien op basis van een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond omdat de gebruikte functies niet voldeden aan het vereiste van minimaal 30 arbeidsplaatsen volgens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
In hoger beroep stelde appellant dat indien met drie functies het vereiste aantal arbeidsplaatsen niet wordt gehaald, meer dan drie functies aan de schatting ten grondslag moeten worden gelegd. In deze zaak waren vier functies met samen 34 arbeidsplaatsen gebruikt, wat volgens appellant voldeed aan het vereiste.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank een onjuiste lezing had gegeven aan artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit. De Raad stelde vast dat de medische grondslag onbetwist juist was en dat de arbeidskundige grondslag, gebaseerd op de vier functies, voldoende was onderbouwd. Het beroep van betrokkene werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af en vernietigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 26 september 2008.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.