ECLI:NL:CRVB:2008:BF3990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering zonder dringende redenen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uwv waarbij een bedrag van €3.866,46 aan onverschuldigde WAO-uitkering over de periode 7 oktober 2002 tot 6 oktober 2003 werd teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen dringende redenen waren aangetoond om van terugvordering af te zien.
In hoger beroep stelde appellant dat het Uwv door toezeggingen en feitelijke uitbetaling een gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt op rechtmatige uitkering en dat terugvordering ernstige sociale, financiële en psychische gevolgen zou hebben. Het Uwv handhaafde haar standpunt.
De Raad overwoog dat de wet terugvordering voorschrijft tenzij dringende redenen aanwezig zijn, welke alleen kunnen bestaan bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. De Raad verwierp appellants beroep op gewekte verwachtingen omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. Ook ontbraken medische gegevens die onaanvaardbare gevolgen voor gezondheid aannemelijk maken en waren financiële gevolgen onvoldoende onderbouwd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €3.866,46 aan onverschuldigde WAO-uitkering wegens ontbreken van dringende redenen.