ECLI:NL:CRVB:2008:BC2430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-voorschotten zonder dringende reden
Appellante ontving in 2003 een voorschot op een WAO-uitkering, dat later met terugwerkende kracht werd ingetrokken omdat zij bij aanvang van de verzekering reeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. Het UWV vorderde het voorschot terug, waarop appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders: het besluit tot intrekking van het voorschot is wel op rechtsgevolg gericht en het bezwaar had ontvankelijk moeten worden verklaard. Vervolgens beoordeelt de Raad of er een dringende reden is om van terugvordering af te zien. Hoewel appellante financiële problemen ondervond, acht de Raad dit geen uitzonderlijke situatie die kwijtschelding rechtvaardigt.
De Raad benadrukt dat het voorschot duidelijk als zodanig is toegekend en dat terugvordering conform de wet plaatsvindt. Er was geen ondubbelzinnige schriftelijke mededeling van het UWV die het vertrouwen van appellante rechtvaardigde. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het WAO-voorschot bevestigd.