ECLI:NL:CRVB:2008:BF4292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering zonder dringende reden
Appellant betwistte de terugvordering van een bedrag van €11.415,27 aan onverschuldigd betaalde WAO-uitkering over de periode mei 2001 tot en met februari 2003. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat geen dringende reden bestond om van terugvordering af te zien.
In hoger beroep heeft appellant diverse omstandigheden aangevoerd, waaronder psychische stoornissen, alcoholverslaving, curatele en financiële problemen, alsmede de mening van de curator dat sprake zou zijn van een dringende reden. De Raad overwoog dat deze omstandigheden niet leiden tot onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die terugvordering zouden verhinderen.
De Raad benadrukte dat het UWV verplicht is het onverschuldigd betaalde bedrag terug te vorderen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn die uitsluitend kunnen bestaan uit onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. Gezien de situatie van appellant en de mogelijkheid tot rekening houden met de beslagvrije voet, concludeerde de Raad dat geen dringende reden aanwezig is en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd wegens het ontbreken van een dringende reden.