ECLI:NL:CRVB:2008:BF4328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering bij juiste maatman toepassing
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om een te veel betaalde WAO-uitkering terug te vorderen, waarbij het UWV uitging van de maatman timmerman/wandensteller voor de inkomstenkorting. Appellant stelde dat het UWV onterecht van maatman was veranderd, wat in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van willekeur.
De Raad overwoog dat bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid sinds 1 juni 2000 is uitgegaan van de maatman timmerman/wandensteller en dat het UWV bij de toepassing van artikel 44 WAO Pro terecht dezelfde maatman heeft gehanteerd voor de inkomstenkorting. Het beroep op rechtszekerheid faalde omdat het niet om een herziening van de arbeidsongeschiktheidsvaststelling ging, maar om de toepassing van de inkomstenkorting.
De Raad bevestigde dat het UWV bevoegd was de onverschuldigd betaalde uitkering terug te vorderen en dat er geen dringende redenen waren om daarvan af te zien. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht is uitgegaan van de maatman timmerman/wandensteller en de terugvordering van de te veel betaalde WAO-uitkering rechtmatig is.