ECLI:NL:CRVB:2006:AY7201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over anticumulatie WAZ-uitkering zelfstandige
Appellant, een zelfstandig agrariër, ontving sinds 1998 een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2002 werd het maatmaninkomen herberekend met CBS-indexcijfers, wat leidde tot een lager inkomen en intrekking van de uitkering per 27 januari 2003. Het UWV paste artikel 58 WAZ Pro toe en stelde dat de inkomsten uit arbeid over 2001 te hoog waren, waardoor de uitkering over dat jaar niet werd uitbetaald.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en onderschreef het standpunt van het UWV. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV onterecht het maatmaninkomen heeft gehanteerd dat in 2002 is vastgesteld bij de toenameclaim, terwijl dit niet het maatmaninkomen was dat gold voor de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid over 2001. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad benadrukt dat artikel 58 WAZ Pro alleen toepassing vindt als de inkomsten aanzienlijk hoger zijn dan de vastgestelde arbeidsongeschiktheid en dat het onwenselijk is om met terugwerkende kracht de uitkering te verlagen. Verder acht de Raad het niet redelijk dat appellant rekening had moeten houden met de gewijzigde berekeningswijze van het UWV.
De bestreden besluiten en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Het UWV wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en dient het griffierecht te worden vergoed.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en het UWV moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van deze uitspraak.