ECLI:NL:CRVB:2008:BF4587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Intrekking en herziening WAO-uitkering wegens maximering maatmanomvang
Appellante was het niet eens met het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 30 september 2005. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de beperkingen van appellante niet verder gingen dan vastgesteld en dat zij de aan de schatting ten grondslag liggende functies kon verrichten.
In hoger beroep stelde appellante dat haar gezondheidssituatie niet was verbeterd maar verslechterd en dat onvoldoende was gemotiveerd waarom haar beperkingen waren afgenomen. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat de medische grondslag en de geschiktheid voor de functies voldoende waren vastgesteld.
Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar waarin het bezwaar van appellante alsnog werd gegrond verklaard en een gedeeltelijke WAO-uitkering werd toegekend, omdat het eerdere besluit was gebaseerd op onjuiste bepalingen over de maximering van de maatmanomvang. De Raad vernietigde het oorspronkelijke besluit en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante. Hiermee werd appellante gedeeltelijk in het gelijk gesteld, met een herziening van haar WAO-uitkering vanaf 30 september 2005.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering is vernietigd en appellante krijgt een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend vanaf 30 september 2005.