ECLI:NL:CRVB:2008:BF4838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanspraak op vergoeding van Infliximab bij therapieresistente sarcoïdose
Appellante lijdt aan therapieresistente meervoudige sarcoïdose en vroeg toestemming voor behandeling met het geneesmiddel Infliximab. CZ wees dit af omdat het onder het ziekenhuisbudget viel. Na bezwaar bleef CZ bij haar standpunt, gesteund door het advies van het College voor zorgverzekeringen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betwistte CZ het standpunt dat de behandeling geen gebruikelijke verstrekking was en erkende dat het wel onder de Ziekenfondswet viel. CZ stelde ook dat appellante geen procesbelang meer had omdat het ziekenhuis de behandeling had betaald.
De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk procesbelang heeft omdat het ziekenhuis haar de kosten alsnog in rekening kan brengen. De Raad vernietigde het eerdere besluit en stelde vast dat appellante aanspraak heeft op Infliximab. Het standpunt van CZ dat het ziekenhuis de kosten moet dragen, werd verworpen omdat dit de aanspraak van appellante jegens CZ niet uitsluit.
De Raad veroordeelde CZ tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat CZ het betaalde griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Appellante heeft aanspraak op verstrekking van Infliximab en het besluit van CZ wordt vernietigd.