ECLI:NL:CRVB:2008:BF5165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid bevestigd, maatman en maatmaninkomen beoordeeld
Appellante, een verpleegassistente die sinds 1996 arbeidsongeschikt is, kreeg een WAO-uitkering toegekend die in 2005 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld. Dit besluit werd door de rechtbank Rotterdam bevestigd, waarbij de medische en arbeidskundige gronden werden onderschreven.
In hoger beroep stelde appellante dat zij psychisch meer beperkt was en dat de maatmanomvang en het maatmaninkomen onjuist waren vastgesteld. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat het intakeverslag van psychologen geen aanwijzingen gaf voor een hogere beperking. Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank niet gemotiveerd had beslist over de maatmanomvang en het maatmaninkomen, wat strijdig was met de Awb.
De Raad beoordeelde deze grief inhoudelijk en concludeerde dat de maatmanarbeid en het maatmaninkomen juist waren vastgesteld, ook bij een werkweek van 40 uur blijft het loonverlies onder de 15%. De functies die appellante zou kunnen vervullen, zijn passend en binnen haar mogelijkheden. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van de intrekking van de WAO-uitkering blijven in stand.