ECLI:NL:CRVB:2008:BF5409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellanten ontvingen bijstand naar de norm voor een alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme tip stelde de sociale recherche een onderzoek in waaruit bleek dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit aan het College te melden. Het College trok de bijstand in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep stond alleen de intrekking en terugvordering over de periode van 1 mei 1998 tot 12 augustus 2003 centraal. De Raad oordeelde dat appellanten inderdaad een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij de feitelijke woonsituatie en verklaringen van appellanten doorslaggevend waren. Door het niet melden van deze situatie schonden zij de inlichtingenverplichting, waardoor het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering.
De Raad constateerde dat het teruggevorderde bedrag van appellante onjuist was berekend door dubbeltelling en vernietigde het besluit. Zelf stelde de Raad het correcte bedrag vast op € 23.728,84. Het beroep van appellant werd afgewezen. De Raad veroordeelde het College in de proceskosten van appellante en bevestigde het besluit tot terugvordering van appellant.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand zijn terecht, maar het terugvorderingsbedrag van appellante wordt gecorrigeerd tot € 23.728,84.