ECLI:NL:CRVB:2008:BF5572
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wubo-toeslag wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1941 in Nederlands-Indië, vroeg een Wubo-toeslag, een periodieke uitkering en voorzieningen aan op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde psychische en psychosomatische klachten te hebben door haar ervaringen tijdens de Bersiap-periode, waaronder internering in kamp Langsee bij Pati.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was voldaan aan de eis van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld. Het advies van de geneeskundig adviseur was dat de psychische klachten niet in verband stonden met de oorlogscalamiteit, omdat het aandeel van deze calamiteit in de ernstige psychopathologie gering was. Appellante ondersteunde haar bezwaar met een psychiatrisch rapport dat een groter oorzakelijk aandeel toekende aan de oorlogservaringen, met name de scheiding van haar moeder in traumatische omstandigheden.
De Raad oordeelde dat de scheiding tussen appellante en haar moeder niet als oorlogsgerelateerd kon worden beschouwd, omdat deze voortkwam uit familierelaties en niet direct uit oorlogsgeweld. Verweerster had dit terecht niet betrokken bij de beoordeling van de aanvraag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De Raad wees ook een vergoeding van proceskosten af.
Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Wet Wubo en benadrukt dat alleen psychische beperkingen die direct en substantieel voortkomen uit oorlogsgeweld in aanmerking komen voor een toeslag.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van de Wubo-toeslag wordt ongegrond verklaard.