ECLI:NL:CRVB:2008:BF5631
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning en uitkering burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellante, geboren in 1926 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg in juni 2006 erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en aanspraak op toeslag, uitkering en voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Verweerster erkende het oorlogsgeweld, bestaande uit seksueel misbruik tijdens de Japanse bezetting, maar wees de aanvraag af wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit.
De medische adviezen van geneeskundig adviseurs concludeerden dat de psychische en lichamelijke klachten van appellante niet direct aan het oorlogsgeweld konden worden toegeschreven, maar eerder aan andere oorzaken zoals chronische relatieproblemen, leeftijd en constitutie. Nachtmerries waren aanwezig maar van geringe invloed. Appellante bracht geen tegenbewijs in.
De Raad oordeelde dat het besluit van verweerster deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd. De klacht dat familieleden met minder traumatische ervaringen wel een uitkering ontvingen, werd verworpen omdat de beoordeling van blijvende invaliditeit individueel plaatsvindt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van erkenning en uitkering blijft in stand.