ECLI:NL:CRVB:2008:BF5660
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitkeringspercentage WUBO en toepassing overgangsrecht gelijke behandeling
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer, betwist het vastgestelde uitkeringspercentage van zijn periodieke WUBO-uitkering. Hij stelt dat op grond van het overgangsrecht van de Wet invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen een hoger percentage van 65% zou moeten gelden, omdat hij vóór de ingangsdatum van deze wet gehuwd was en reeds een periodieke uitkering ontving.
De Raad overweegt dat het inkomen van de echtgenote van appellant hoger is dan de toegestane grens, waardoor het uitkeringspercentage volgens de wet op 55% moet worden vastgesteld. De Raad oordeelt dat door de intrekking van de periodieke uitkering in 2003 de overgangsbescherming is komen te vervallen en dat het opnieuw toekennen van de uitkering deze bescherming niet herleeft.
Appellant beroept zich op het vertrouwensbeginsel vanwege telefonische informatie van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar de Raad stelt vast dat deze informatie slechts tijdelijk juist was en dat dit geen grond vormt om af te wijken van de wettelijke bepalingen.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 september 2008.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het uitkeringspercentage wordt vastgesteld op 55%.