ECLI:NL:CRVB:2008:BF5689
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering herziening besluit toeslag burger-oorlogsslachtoffers wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, woonachtig in de Verenigde Staten, had een aanvraag ingediend voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een toeslag. Dit werd in 2002 afgewezen omdat zij niet in Nederland was gevestigd, zoals vereist volgens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers.
In 2005 diende zij een nieuwe aanvraag in voor de toeslag, onder meer met het argument dat medische omstandigheden van haar zoon een verblijf in een warm land noodzakelijk maakten. Deze aanvraag werd in 2006 afgewezen en dit besluit werd gehandhaafd bij het bestreden besluit van september 2007.
De Raad oordeelt dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en dat alleen nieuwe feiten of omstandigheden aanleiding kunnen geven tot herziening. Appellante heeft echter geen nieuwe medische gegevens overgelegd die het eerdere besluit in een nieuw daglicht plaatsen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
De Raad wijst ook een vergoeding van proceskosten af, omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die dit rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die herziening van het besluit rechtvaardigen.