ECLI:NL:CRVB:2008:BF5697
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1933 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een WUBO-uitkering op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar oorlogservaringen. De aanvraag werd door verweerster afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat zij direct betrokken was bij een bombardement op de haven van Tjilatjap of dat haar daaropvolgende vlucht onder levensbedreigende omstandigheden plaatsvond.
De Raad oordeelde dat algemene oorlogsomstandigheden en het meerdere keren van woonplaats veranderen vanwege onveiligheid niet leiden tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer. Ook de getuigenis van appellante over het doodslaan van een jongen tijdens de Bersiap-periode werd niet bevestigd door andere bronnen.
Op grond van artikel 2 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 is directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld een essentiële voorwaarde voor erkenning. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit standhoudt en wees het beroep af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.