ECLI:NL:CRVB:2008:BF5713
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om gelijkstelling met vervolgde op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellante, geboren in 1936 in het voormalig Nederlands-Indië, verzocht om een periodieke uitkering en gelijkstelling met de vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Haar eerste aanvraag in 2004 werd afgewezen omdat zij geen vervolging had ondergaan en haar oorlogsomstandigheden geen aanleiding gaven tot gelijkstelling. Een tweede aanvraag in 2006 werd eveneens afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
Appellante stelde dat haar oorlogservaringen, waaronder seksueel misbruik tijdens de Japanse bezetting, aanleiding moesten zijn voor gelijkstelling. De Raad oordeelde dat de e-mail van 2 juni 2007 als een voorlopig beroepschrift moest worden aangemerkt, waarmee het beroep tijdig was ingesteld. De Raad stelde vast dat de nieuwe verklaring over seksueel misbruik te laat was ingebracht om bij de besluitvorming te worden betrokken.
De Raad concludeerde dat de omstandigheden die appellante aanvoerde niet als nieuwe feiten konden worden beschouwd en dat de discretionaire bevoegdheid van verweerster om het besluit te herzien niet tot een ander besluit leidde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek tot gelijkstelling met de vervolgde wordt ongegrond verklaard.