ECLI:NL:CRVB:2008:BF5883
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering en voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1923 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in december 2005 een aanvraag in voor een periodieke uitkering en voorzieningen voor niet-gedekte medische kosten en medisch vervoer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij door de Japanse bezetter verplicht werd te werken in een machinefabriek te Soerabaya en daarbij een bombardement had meegemaakt.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat appellant vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. De verplichte tewerkstelling werd niet aangemerkt als vervolging, omdat er geen sprake was van permanente bewaking of opsluiting. Appellant mocht elke avond het werk verlaten, beschikte over een identiteitsbewijs en werd betaald voor zijn werkzaamheden.
De Raad concludeerde dat de omstandigheden niet voldeden aan de wettelijke definitie van vervolging, zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet, en dat ook geen aanleiding bestond om appellant met de vervolgde gelijk te stellen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag blijft in stand.