ECLI:NL:CRVB:2008:BF6508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen mededeling toeslagafbouw
Appellant maakte bezwaar tegen een brief van het Uwv waarin werd medegedeeld dat zijn toeslag vanaf 1 januari 2002 nog slechts een derde van het oorspronkelijke bedrag zou bedragen. Deze brief werd door het Uwv niet aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de brief geen zelfstandig rechtsgevolg had en dat het rechtsgevolg reeds was vastgesteld in het eerdere besluit van 28 november 2000. Appellant stelde in hoger beroep dat de brief wel als besluit moest worden gezien, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en bevestigde dat de brief niet op een zelfstandig rechtsgevolg was gericht.
De Raad vond geen nieuwe argumenten in het hoger beroep die tot een ander oordeel konden leiden en wees een vergoeding van proceskosten af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de brief geen besluit is en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.