ECLI:NL:CRVB:2009:BK2286

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6483 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 1:3 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak UWV inzake WAO

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 2 oktober 2008, waarin de Raad het standpunt van het UWV had bevestigd dat een brief van 25 januari 2002 niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kon worden aangemerkt.

De Raad overwoog dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, maar bij verzoeker niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Verzoeker bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren die aan deze criteria voldeden.

De Raad benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak te voeren. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten werd het verzoek om herziening afgewezen.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door H.J. de Mooij, in aanwezigheid van griffier W. Altenaar, en uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2009.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/6483 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: verzoeker),
tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 oktober 2008, 03/3622,
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 29 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 oktober 2008, 03/3622.
Het Uwv heeft verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2009. Verzoeker is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.M.A. Clerx.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.2. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt gevraagd, heeft de Raad de uitspraak van 17 juni 2003, 02/1600 van de rechtbank Amsterdam bevestigd. Hij heeft daarbij overwogen dat de rechtbank terecht en op goede gronden het standpunt van het Uwv heeft onderschreven dat de brief van 25 januari 2002 niet op rechtsgevolg is gericht en daarom niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Verzoeker heeft aan het verzoek om herziening onder meer ten grondslag gelegd dat de Raad in zijn uitspraak van 2 oktober 2008 een onjuiste beslissing heeft genomen. Voorts verzoekt hij de Raad zijn zaak opnieuw inhoudelijk te behandelen.
3.1. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. De Raad is niet gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, naar voren heeft gebracht.
3.2. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening dan ook te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2009.
(get.) H.J. de Mooij.
(get.) W. Altenaar.
NK
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par H.J. de Mooij, en présence de W. Altenaar en qualité
de greffier, ainsi que prononcée en public, le 29 Octobre 2009.