ECLI:NL:CRVB:2008:BF7584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Appellant, sinds 1990 volledig arbeidsongeschikt wegens rugklachten, kreeg in 2005 een herziening van zijn WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door de rechtbank, die oordeelde dat de medische en arbeidskundige gronden juist waren vastgesteld en dat appellant geen nieuwe relevante feiten had aangevoerd.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn bezwaren, met name over onvoldoende rekening houden met rug-, schouder- en longproblemen. De Raad stelde vast dat een zorgvuldig medisch onderzoek had plaatsgevonden, inclusief informatie van behandelend artsen, en dat er geen objectief-medische gronden waren voor appellant's opvatting. Ook de arbeidskundige beoordeling en de functieselectie werden als juist beoordeeld.
De Raad vernietigde het bestreden besluit echter wegens strijd met de motiveringsvereisten van de Awb, omdat de passendheid van de functies pas in hoger beroep volledig was gemotiveerd. De rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.