ECLI:NL:CRVB:2008:BF7592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf 20 april 2004. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond schortte de bijstand op en trok deze later in, met terugvordering van €16.364,54 over de periode 20 april 2004 tot en met 6 september 2005. Namens appellant werd binnen de bezwaartermijn een schikkingsvoorstel gedaan, dat niet als bezwaarschrift werd aangemerkt. Vervolgens werd bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van het schikkingsvoorstel, maar niet tijdig tegen het intrekkingsbesluit zelf.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk en het hoger beroep richtte zich tegen deze beslissing. Appellant stelde dat telefonisch was afgesproken dat hij tot 21 december 2005 de gelegenheid kreeg om nadere gronden aan te voeren en dat procedures zouden worden gevoegd.
De Raad oordeelde dat het schikkingsvoorstel en de latere brieven niet als tijdig bezwaar konden worden beschouwd. De termijn voor bezwaar was niet verschoonbaar en het College had niet aangegeven dat separaat bezwaar achterwege kon blijven. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring terecht. De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van een bezwaarschrift.