ECLI:NL:CRVB:2008:BF7917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige beoordeling medische beperkingen en arbeidskundige geschiktheid
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) heeft de WAO-uitkering van betrokkene ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit te nemen. Het hoger beroep van appellant richtte zich op de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit.
De Centrale Raad van Beroep constateert dat appellant inmiddels niet meer betwist dat de medische en arbeidskundige beoordeling correct is, mede na aanvullend onderzoek en rapportages. De Raad oordeelt dat het gebruik van het medicijn Zolpidem geen aanleiding geeft om de rijvaardigheid of bediening van machines te verbieden, zoals bevestigd door huisarts en bezwaarverzekeringsarts. Ook de arbeidskundige toelichting ondersteunt de geschiktheid van de geselecteerde functies.
De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit terecht is vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit geheel in stand. Tevens veroordeelt de Raad appellant tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd, met inachtneming van de gegrondverklaring van het bezwaar en vergoeding van proceskosten.