ECLI:NL:CRVB:2008:BF8084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering na beoordeling medische beperkingen en arbeidsongeschiktheid
Appellant, die zijn werkzaamheden als zelfstandig ondernemer moest staken na een verkeersongeval, kreeg een WAZ-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Het UWV trok deze uitkering per 27 november 2005 in, waarna appellant bezwaar maakte dat zijn medische beperkingen te laag waren ingeschat en dat de geduide functies niet passend waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verwijderen van verborgen beperkingen uit de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een juistere omschrijving van de belastbaarheid geeft en geen wijziging van de belastbaarheid inhoudt. De Raad vond de rapporten van de arbeidsdeskundige overtuigend en concludeerde dat het verlies aan verdiencapaciteit 19% bedraagt, wat geen effect heeft op de arbeidsongeschiktheidsvaststelling.
Voorts oordeelde de Raad dat de wijziging van het Schattingsbesluit geen ongeoorloofde discriminatie oplevert. De medische expertises van verschillende psychiaters en een neuropsycholoog bevestigden een chronische aanpassingsstoornis, maar wezen ook op aggravatie van klachten. De Raad volgde het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat de beperkingen niet onderschat zijn. Het hoger beroep faalde, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van aanvullende medische beperkingen.