ECLI:NL:CRVB:2008:BF8086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.G. Treffers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aanvulling bovenwettelijke ziekte-uitkering na ontslag op eigen verzoek
Appellante was sinds 1999 werkzaam bij ISMH en kreeg in 2001 ontslag op eigen verzoek na een overeenkomst waarin eervol ontslag en een eenmalige uitkering werden vastgelegd. Na beëindiging van haar Ziektewet-uitkering in 2002, trok ISMH de toekenning van een bovenwettelijke ziekte-uitkering (BW-uitkering) in, omdat het ontslag op eigen verzoek was verleend.
Appellante stelde dat de ontslagovereenkomst niet rechtsgeldig was omdat zij niet wilsbekwaam zou zijn geweest, en dat zij daarom recht had op de BW-uitkering. De Raad oordeelde dat het ontslagbesluit van 7 september 2001 rechtsgeldig is en dat appellante tijdig bezwaar had moeten maken tegen dat besluit. Omdat zij dit niet deed en pas jaren later pogingen ondernam om het ontslag ongedaan te maken, staat het ontslag in rechte vast.
De Raad concludeerde dat appellante geen recht heeft op aanvulling van ziekengeld over de periode dat zij ziek was, omdat het ontslag op een grond is verleend die niet tot recht op BW-uitkering leidt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het beroep op de bovenwettelijke ziekte-uitkering afgewezen wegens rechtsgeldig ontslag op eigen verzoek.