ECLI:NL:CRVB:2008:BF8387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K.J. Kraan
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens werkweigering en niet opvolgen werkgeversopdracht
Appellant was sinds 1996 in dienst bij de gemeente ’s-Gravenhage en werd vanaf juli 2005 als controleur openbare ruimte ingezet. Na ziekmelding op 12 augustus 2005 werd hij door de bedrijfsarts vanaf 26 september 2005 voor 50% arbeidsgeschikt verklaard, maar hervatte zijn werkzaamheden niet volledig. Het college legde hem daarop disciplinaire straffen op, waaronder inhouding van verlofdagen en bezoldiging, vanwege ongeoorloofde afwezigheid.
Vervolgens meldde appellant zich opnieuw ziek in oktober en november 2005, maar negeerde herhaaldelijk schriftelijke oproepen om te verschijnen bij de bedrijfsarts. Het college legde hem daarop ontslag op wegens werkweigering en het niet opvolgen van redelijke opdrachten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat appellant zich schuldig had gemaakt aan plichtsverzuim door niet te verschijnen op het werk en bij de bedrijfsarts, ondanks waarschuwingen en duidelijke opdrachten. Het niet naleven van deze verplichtingen was niet ontoerekenbaar, en de opgelegde disciplinaire maatregelen, inclusief ontslag, waren niet onevenredig gezien de ernst van het verzuim en eerdere waarschuwingen.
De Raad concludeerde dat appellant bewust en zonder geldige reden de opdrachten van het college had genegeerd en dat het ontslag een passende sanctie vormde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het ontslag en de inhoudingen op verlofdagen en bezoldiging worden bevestigd wegens werkweigering en niet opvolgen van redelijke werkgeversopdrachten.