ECLI:NL:CRVB:2008:BF8941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering en terugvordering voorschotten ondanks overschrijding redelijke termijn
Appellante, een verkoopster bij de Hema, ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Diverse medische rapportages en functionele mogelijkheden lijsten (FML I en II) vormden de basis voor de besluiten van het UWV. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten vanwege onvoldoende zorgvuldig onderzoek en onvoldoende motivering van de passendheid van functies.
Na aanvullend medisch onderzoek en rapportages van bezwaarverzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen handhaafde het UWV de besluiten, waarbij de beperkingen en passende functies nader werden toegelicht. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en stelt vast dat de beperkingen zoals vastgelegd in FML II en de passendheid van de geselecteerde functies voldoende zijn onderbouwd. De Raad merkt op dat de beperking voor werken in rokerige of stoffige omgevingen niet betekent dat appellante uitsluitend geschikt is voor kantoorwerk. Hoewel de procedure langer dan redelijk was, leidt dit niet tot een schadevergoeding omdat appellante dit niet heeft gevorderd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en handhaaft de WAO-uitkering en terugvordering van voorschotten ondanks overschrijding van de redelijke termijn.