ECLI:NL:CRVB:2008:BF9115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag IOAZ-uitkering wegens niet voldoen aan drie-jareneis zelfstandigen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Het Dagelijks Bestuur heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellant niet onafgebroken drie jaar als zelfstandige had gewerkt voorafgaand aan de aanvraag en de aanvraag niet vóór de beëindiging van zijn bedrijf was ingediend.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij ondanks een dienstverband bij een werkgever substantiële zelfstandige activiteiten bleef verrichten. De Raad heeft dit betoog verworpen omdat deze activiteiten niet als zelfstandige werkzaamheden in de zin van de IOAZ konden worden aangemerkt.
De Raad concludeert dat appellant niet voldeed aan de drie-jareneis en bevestigt daarmee het besluit van het Dagelijks Bestuur en de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor IOAZ-uitkering wordt afgewezen vanwege het niet voldoen aan de onafgebroken drie-jareneis als zelfstandige.