ECLI:NL:CRVB:2008:BF9188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens verzwegen motorjacht en werkzaamheden bevestigd ondanks ondeugdelijke motivering
Appellant ontving bijstand sinds maart 2004 en verzweeg het bezit van een motorjacht en het verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden. Naar aanleiding hiervan trok het Dagelijks bestuur de bijstand in over de periode maart 2004 tot en met september 2006. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad constateerde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door het bezit van het motorjacht en de werkzaamheden niet te melden. De waarde van het motorjacht overschreed de vrij te laten vermogensgrens ruimschoots, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De motivering van het besluit tot intrekking was echter ondeugdelijk omdat het Dagelijks bestuur onterecht aannam dat onduidelijkheid bestond over het vermogen.
De Raad vernietigde daarom het besluit van 6 februari 2007 voor zover het de intrekking betrof, maar handhaafde de rechtsgevolgen van die intrekking op grond van een andere wettelijke bepaling. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het Dagelijks bestuur veroordeeld in de proceskosten van appellant. Vergoeding van kosten in bezwaar werd afgewezen wegens niet voldoen aan de voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.