ECLI:NL:CRVB:2008:BF9294
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemeld vermogen op spaarrekening
Verzoeker ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een belastingsignaal ontdekte het College dat verzoeker beschikte over een spaarrekening met een saldo dat boven de vrij te laten vermogensgrens lag, zonder dit te hebben gemeld. Het College trok daarom de bijstand met ingang van 1 juli 2007 in.
De rechtbank vernietigde het besluit van het College en beval een nieuw besluit op bezwaar te nemen, omdat niet was aangetoond dat het tegoed niet uit bijstand was opgebouwd. Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en vroeg tevens een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker de inlichtingenplicht had geschonden en dat het saldo van €17.500 op de spaarrekening het recht op bijstand uitsloot. Verzoeker slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het vermogen was opgebouwd uit bijstand. De voorzieningenrechter vernietigde het deel van de uitspraak waarin het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand blijven. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand blijft in stand wegens niet gemeld vermogen op een spaarrekening; het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.