ECLI:NL:CRVB:2008:BG0282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens onjuiste woonsituatie
Appellante vroeg bijstand aan per 12 april 2006 en gaf aan zelfstandig te wonen op een adres in Eindhoven. De gemeente voerde een onderzoek uit, waaronder een onaangekondigd huisbezoek op 3 mei 2006, waarbij de woning leeg bleek te staan en niemand werd aangetroffen. Appellante verhuisde pas op 15 mei 2006 naar die woning.
Het College van burgemeester en wethouders wees de aanvraag op 9 mei 2006 af wegens het verstrekken van onjuiste informatie over de woonsituatie. Het bezwaar van appellante werd op 18 juli 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende duidelijkheid had gegeven over haar woonsituatie in de relevante periode (12 april tot 9 mei 2006). Het huisbezoek was doorslaggevend om vast te stellen dat zij niet daadwerkelijk woonde op het opgegeven adres. Het beroep op coulancebeleid werd verworpen omdat zij op 9 mei 2006 nog niet was verhuisd. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie.