ECLI:NL:CRVB:2008:BG0964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering met in stand laten rechtsgevolgen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering met ingang van 23 februari 2006 in te trekken, omdat hij volgens het UWV met zijn beperkingen in geschikte functies een inkomen kan verwerven dat zijn arbeidsongeschiktheid onder de 15% brengt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp tevens de schadevergoeding.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan door het UWV aangenomen, met name vanwege rugklachten die hem beperken in zitduur. Hij verzocht om benoeming van een deskundige, wat door de Raad werd afgewezen omdat het eigen onderzoek van de verzekeringsarts overtuigend was en appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het door appellant betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, met in stand laten van de rechtsgevolgen.