ECLI:NL:CRVB:2008:BG0995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAZ-uitkering en juiste berekening maatmaninkomen en verdiencapaciteit
Appellant ontving sinds 2000 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid en had daarnaast inkomsten uit zelfstandig stucadoorswerk. Het UWV bracht deze inkomsten vanaf 2003 in mindering op de uitkering en beëindigde de uitkering per 15 september 2003 vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de datum van beëindiging een kennelijke verschrijving was, dat het maatmaninkomen onjuist was berekend en dat de winst en verdiencapaciteit te hoog waren vastgesteld. Tevens stelde appellant dat het UWV zonder advies van een arbeidsdeskundige niet tot deze besluiten had mogen komen.
De Raad oordeelde dat de datum 15 september 2005 inderdaad een kennelijke verschrijving betrof en bevestigde de juiste datum van 15 september 2003. Het maatmaninkomen was correct berekend, ondanks een kleine rekenfout die niet leidde tot een andere uitkomst. De fiscale winstcijfers waren juist gehanteerd, ook gezien de meewerkaftrek van de echtgenote. De Raad vond dat het UWV voldoende zorgvuldig had gehandeld, mede door de aanwezigheid van arbeidsdeskundige rapporten, en dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat een nieuw arbeidskundig onderzoek noodzakelijk was.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAZ-uitkering per 15 september 2003 en de juiste vaststelling van het maatmaninkomen en de verdiencapaciteit.