ECLI:NL:CRVB:2008:BG1049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanwijzing als herplaatsingskandidaat en niet plaatsing op voorkeursfuncties bij reorganisatie ministerie Justitie
Betrokkene was sinds 2001 werkzaam bij het ministerie van Justitie. Na een reorganisatie in 2004 werd zijn functie opgeheven, werd hij niet geplaatst op zijn voorkeursfuncties en aangewezen als herplaatsingskandidaat. De rechtbank had het beroep tegen de aanwijzing als herplaatsingskandidaat gegrond verklaard en het besluit vernietigd, terwijl het beroep tegen de niet plaatsing op voorkeursfuncties ongegrond werd verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank een onjuiste toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd bij de beoordeling van de aanwijzing als herplaatsingskandidaat. Het handelen van de werkgever na het besluit tot aanwijzing speelt daarbij geen rol. Bovendien was het sociaal flankerend beleid niet van toepassing omdat de reorganisatie al was afgerond voordat dit beleid inging.
Ten aanzien van de niet plaatsing op voorkeursfuncties bevestigt de Raad het oordeel van de rechtbank dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was. De werkgever heeft in het nieuwe besluit van 12 juli 2007 nader gemotiveerd waarom betrokkene minder geschikt was voor de functies, met name vanwege het ontbreken van een juridische opleiding. De Raad acht het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De Raad verklaart het beroep tegen de aanwijzing als herplaatsingskandidaat en tegen het besluit van 12 juli 2007 ongegrond en vernietigt het eerdere vonnis voor zover het de aanwijzing betreft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing als herplaatsingskandidaat en het besluit over niet plaatsing op voorkeursfuncties wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd voor zover het de aanwijzing betreft.