ECLI:NL:CRVB:2008:BG1052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding na onrechtmatig besluit weigering Wsw-indicatie
Appellant was van 1 juni 2002 tot 1 juni 2004 werkzaam onder de Wet Inschakeling Werkzoekenden (WIW). Begin maart 2004 vond een intakegesprek plaats bij het Toeleveringsbedrijf Vlaardingen (TBV) voor een mogelijke Wsw-indicatie. De onafhankelijke indicatiecommissie adviseerde negatief, waarna het college op 25 maart 2004 de indicatie weigerde en appellant niet op de wachtlijst plaatste.
Na bezwaar werd op 1 maart 2005 alsnog een Wsw-indicatie afgegeven. Appellant verzocht vervolgens om schadevergoeding wegens gemiste inkomsten en bijkomende kosten, maar het college wees dit af wegens gebrek aan causaal verband. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuwe beslissing, waarbij het belang van een eventuele toezegging door TBV werd benadrukt.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat een plaatsing op de wachtlijst per 25 maart 2004 tot een eerder dienstverband had geleid. Er was een wachtlijst van enkele jaren en het college heeft de indicatie conform de aanvraagdatum toegekend. De door appellant genoemde toezegging is niet bewezen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en verdere proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan causaal verband tussen het onrechtmatige besluit en de gestelde schade.