ECLI:NL:CRVB:2008:BG1092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellant ontving bijstand sinds 1996 en werd na observatie aangehouden op het terrein van een recyclingbedrijf waar hij vanaf 1 september 2004 werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden aan de Commissie Sociale Zekerheid. De Commissie trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant voerde aan dat hij pas vanaf juni 2005 in dienst was en voor die tijd slechts incidenteel aanwezig was. De Raad oordeelde dat het niet van belang is of de werkzaamheden in loondienst waren, maar dat het gaat om werkzaamheden die op geld waardeerbaar zijn.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Er waren geen dringende of bijzondere redenen om van intrekking en terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.