ECLI:NL:CRVB:2007:BB5766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Th.C. van Sloten
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand vanaf december 2001 als alleenstaande ouder. Na een melding dat zij samenwoonde met [K.], stelde de gemeente een onderzoek in, dat leidde tot het besluit de bijstand met ingang van 1 november 2004 te beëindigen en terugvordering van bijstand vanaf 1 maart 2004 wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding.
De Raad stelt vast dat aan het criterium van wederzijdse zorg is voldaan en dat uit het dossieronderzoek en verklaringen blijkt dat appellante en [K.] vanaf 1 maart 2004 gezamenlijk hoofdverblijf hadden. Hierdoor kon appellante niet langer als zelfstandig bijstandsgerechtigde worden beschouwd.
Appellante heeft geen wijziging van omstandigheden aangetoond bij haar nieuwe aanvraag en weigerde medewerking aan een huisbezoek, waardoor de aanvraag werd afgewezen. De Raad onderschrijft het beleid van de Commissie om bij niet-nakoming van de inlichtingenplicht het recht op bijstand in te trekken en terug te vorderen.
Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.