ECLI:NL:CRVB:2008:BG1094

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/6229 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WWB-zaak

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een WWB-zaak. De Raad van 29 juli 2008 verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat geen gronden van het hoger beroep waren ingediend.

Tegen deze beslissing werd verzet ingesteld door de advocaat van appellant. De Raad oordeelde dat er voldoende aanwijzingen waren dat de gronden van het hoger beroep vóór het verstrijken van de termijn waren ingediend, waardoor het verzet gegrond werd verklaard.

De eerdere uitspraak van de Raad van 29 juli 2008 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Het aanvullende hogerberoepschrift wordt aan het College toegezonden, dat de gelegenheid krijgt een verweerschrift in te dienen. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard; het College wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

07/6229 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 september 2007, 06/3888 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 14 oktober 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 29 juli 2008 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 29 juli 2008 heeft mr. drs. M.F. Achekar, advocaat te Amsterdam, namens appellant verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 29 juli 2008 berust op de overweging dat geen gronden van het hoger beroep zijn ingediend.
In hetgeen in het verzetschrift naar voren is gebracht ziet de Raad voldoende aanknopingspunten om aannemelijk te achten dat mr. drs. Achekar vóór het verstrijken van de door de Raad gestelde - nadere - termijn de gronden van het hoger beroep heeft ingediend.
In die omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 29 juli 2008 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Het aanvullende hoger-beroepschrift van 17 januari 2008 zal worden doorgezonden aan het College en het College zal in de gelegenheid worden gesteld een verweerschrift in te dienen.
Het College dient te worden veroordeeld in de proceskosten van het verzet, begroot op € 161,-- wegens verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond;
Veroordeelt het College in de proceskosten van appellant in verzet tot een bedrag van
€ 161,--, te betalen door de gemeente Amsterdam.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2008.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) P.A.M. Hulsdouw.
IA