ECLI:NL:CRVB:2008:BG1095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens vervallen belang bij WAO-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen die het bezwaar tegen een UWV-besluit gedeeltelijk gegrond verklaarde en het UWV opdroeg een nieuw besluit te nemen. Het oorspronkelijke besluit van het UWV had de WAO-uitkering van appellante ingetrokken, maar na bezwaar was deze herzien naar een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit op bezwaar waarin appellante per 22 januari 2006 ongewijzigd volledig arbeidsongeschikt werd geacht met een uitkering berekend naar 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Hierdoor werd het hoger beroep volgens de Raad niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een procesbelang, aangezien appellante het met het nieuwe besluit volledig tegemoet was gekomen.
Appellante voerde aan dat zij nog belang had bij het hoger beroep vanwege de medische grondslag van het eerdere besluit, maar de Raad oordeelde dat een oordeel hierover geen feitelijke betekenis meer had. De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV het bezwaar volledig heeft gehonoreerd met een nieuw besluit dat een volledige WAO-uitkering bevestigt.