ECLI:NL:CRVB:2008:BG1242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens vermeend zwart werk niet gerechtvaardigd
Appellant ontving bijstand van mei 1998 tot december 2001, deels aanvullend op deeltijdwerk bij een eethuis. Naar aanleiding van een onderzoek naar premiefraude bij dit eethuis, waarbij vermoed werd dat werknemers zwart werden betaald, trok het College de bijstand van appellant in voor de periode september 1998 tot juli 2000 en vorderde de kosten terug.
Appellant stelde dat hij steeds correcte informatie over zijn inkomsten had verstrekt. De Raad oordeelde dat het College onvoldoende concrete gegevens had om vast te stellen dat appellant inkomsten had verzwegen. De enkele verklaring die melding maakte van zwartbetaling aan appellant was onvoldoende gespecificeerd en betrof mogelijk niet de relevante periode.
Daarom was het besluit tot intrekking onrechtmatig en werd het primaire besluit herroepen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over reeds afgeloste bedragen en tot betaling van de proceskosten van appellant.
De uitspraak benadrukt dat het bestuursorgaan de bewijslast draagt bij belastende besluiten en dat onvoldoende feitelijke grondslag leidt tot vernietiging van het besluit.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd en de gemeente wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.