ECLI:NL:CRVB:2008:BG1418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens fictief inkomen uit PGB-zorgovereenkomst
Betrokkene ontving een bijstandsuitkering en verzorgde haar dementerende vader op basis van een persoonsgebonden budget (PGB). Hoewel zij stelde geen loon uit het PGB te ontvangen omdat haar vader het vergokte, oordeelde het College dat zij redelijkerwijs over een fictief inkomen kon beschikken. Het College trok de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit vanwege de bijzondere gezinssituatie van betrokkene, die als enig kind mantelzorg verleende aan haar gokverslaafde vader. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de werkzaamheden productieve arbeid zijn met economische waarde en dat de familierelatie niet uitsluit dat een fictief inkomen wordt aangenomen.
De Raad stelde vast dat betrokkene haar inlichtingenplicht had geschonden en dat het College terecht de bijstand introk en de kosten terugvorderde. De moeilijke persoonlijke omstandigheden vormen geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep van betrokkene werd verworpen, het hoger beroep van het College toegewezen en de eerdere uitspraak vernietigd voor zover deze het beroep tegen de terugvordering gegrond verklaarde.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.