ECLI:NL:CRVB:2008:BG1576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen WAO-uitkeringsbesluit eigen risicodrager
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever (appellante) tegen een uitspraak van de rechtbank Assen die haar beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Het geschil draait om de toekenning van een WAO-uitkering aan een ex-werknemer en de vraag of de brief van het UWV van 5 oktober 2005 als een zelfstandig besluit moet worden aangemerkt.
De werkgever was sinds 1 juli 2004 eigen risicodrager voor de WAO-uitkeringen van haar werknemers. Het UWV had aanvankelijk geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen, maar na bezwaar werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80 tot 100%. Het besluit hierover werd aan de werkgever bekendgemaakt, maar zij stelde geen tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 5 oktober 2005 geen zelfstandig besluit was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De Centrale Raad van Beroep deelt dit oordeel, wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak. De Raad benadrukt dat de werkgever tijdig beroep had kunnen instellen en dat zij de gevolgen van het eigen risicodragerschap kende.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen het WAO-uitkeringsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.