ECLI:NL:CRVB:2008:BG1647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZ-uitkering na medische en inkomensbeoordeling bevestigd
Appellant, een zelfstandig garagehouder, werd vanaf 1 december 2003 arbeidsongeschikt verklaard vanwege rugklachten en een herniaoperatie. Het UWV weigerde hem een WAZ-uitkering toe te kennen per 28 november 2004 omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de functies die appellant nog kon verrichten terecht waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen en dat geen urenbeperking was gesteld. Ook stelde hij dat het maatmaninkomen niet over drie maar over twee jaar moest worden berekend omdat hij pas eind 2000 met bedrijfsactiviteiten was begonnen. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek adequaat was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld op basis van meerdere verzekeringsartsen. Daarnaast volgde de Raad het UWV in de berekening van het maatmaninkomen over de jaren 2000, 2001 en 2002, omdat appellant zelf had verklaard vanaf 1999 een garage te hebben en vanaf 2000 bedrijfsactiviteiten te ontplooien.
De Raad concludeerde dat de grieven van appellant ongegrond zijn en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. Hiermee blijft het besluit van het UWV tot weigering van de WAZ-uitkering in stand.
Uitkomst: De weigering van de WAZ-uitkering wordt bevestigd vanwege een juiste medische beoordeling en correcte berekening van het maatmaninkomen.